Don't call it a comeback.
Eline
|
24 Maart 2008 | 22:52:15
Het zijn roerige tijden in het eline/mees-imperium. Zo roerig dat we even (heel lang) geen kans zagen om jullie op de hoogte te houden van onze belevenissen. Wie weet dat deze post zal fungeren als een soort Olympische fakkel, die ik vervolgens doorgeef aan Mees, waarna zij de volgende stap zal zetten om onze dynastie in ere te houden. We denken erover om allebei een tatoeage van het symbool voor "hoop" op ons voorhoofd te laten zetten. In het Chinees, natuurlijk. We hebben beiden iets met China. Dat vinden we zo'n mystiek land. En met dolfijnen, orkageluiden, pioenrozen, Indianen en van die posters met Pierrot erop.
Oh, en met geurkaarsen.
Met Pasen hebben we allebei geen eieren beschilderd, maar wel de Bijbel gelezen en er heel wat van opgestoken. Zoals dat Vergiffenis het hoogste Goed is.
Daar zit ik dan. Een beetje jankend een klef bolletje met huzarensalade te eten. Huzarenslaatje is best smerig. Ik heb bij god geen flauw idee wat huzaren zijn, maar het is meer een hap mayo dan iets anders. De kamer is vrij donker, ook al zijn de gordijnen licht van kleur en is het licht buiten. Ik heb het ijskoud, maar hoe kan het ook anders. Onder het matras zoemt de koelinginstallatie. Mijn oudtante is dood en voor me ligt het hoopje wat er van over is. Keihard, stervenskoud, bewegingsloos. Ze zeggen altijd dat dode mensen er uit zien alsof ze rustig liggen te slapen, en ik betrap mezelf er dan ook herhaaldelijk op te zoeken naar ademhaling. Een buik die op en neer gaat, een piepend geluid van zware ademhaling. Niets van dat al, natuurlijk. Ik raak haar nog maar eens aan. Geen warmte meer.
Buiten in de tuin zijn talloze paddestoelen ontschoten en ik ben wel in honderd konijnenkeutels gestapt. De meesjes die altijd rondvliegen zijn nergens te bekennen. Ik ga heel even op een bankje zitten en schrik me lens van het onverwachte lawaai. Een gigantische legertruck, op weg naar de basis verderop. Vroeger, als we met de trein op bezoek kwamen, kon je de afrasteringen zien van het legergebied. Ik stelde me altijd voor dat in die bossen hordes soldaten levend stratego aan het spelen waren. Maar dan met echte geweren en schmink op het gezicht. En omdat je elkaar natuurlijk niet af mag knallen, maar een beetje schieten op een dode tak of een dennenappel. De frustratie van het oefenen, nog niet voor het echie.
Boven in het huis is al maanden niemand geweest, lijkt het. Meubels zijn op elkaar gestapeld in de logeerkamer en in de slaapkamer liggen wat kale matrassen. De planken op de vloer zijn zo oud dat ik bang word dat ik er doorheen zak. Ik weet dat het onbeleefd is, maar ik trek de kast open. Het is de linnenkast. Stapels, oud en vergaan, liggen op de planken. Het is precies het linnengoed wat we in de winkel altijd hebben, alleen is dit wel persoonlijk. Tante Wen heeft dit als inboedel gehad, of misschien wel zelf geborduurd. Ik had nooit gedacht dat Tante Wen bepaald het type was om thuis te gaan zitten borduren aan de koffietafel, maar blijkbaar wel. Naast een stapeltje kleedjes, verstopt in het donker, staat een klein etuitje. Ik maak het open, en er komt een piepklein reis strijkboutje te voorschijn. IJzer met een stekkertje wat al decennia niet gebruikt zal zijn.
Beneden ligt ze nog steeds. Onder een boerenbontdekbed, gehuld in een blouse met tijgerprint: nog steeds ijskoud, keihard, en morsdood. Lieve Tante Wen, die leefde op sigaretten, gebakjes en broodjes kroket, voor zolang iedereen het kan herinneren. Toen de thuiszorg vorige week op haar verzoek geen kroketten meer hoefde te maken, wisten ze het. Het duurt niet lang meer.
Ik trek de deur achter me dicht, en we rijden weg. Het huis zal ik niet meer zien. Geen kleffe broodjes meer, geen sigaretjes, geen spannende verhalen. Niet meer ellenlang in de stoptrein zitten, met bij elke halte een zwarte kousen dorp. De soldaten zijn uitgezonden en de meesjes in het zuiden. En in de geest van de vrouw naar wie mijn moeder werd vernoemd, steek ik er nog maar eentje op.
Ik volg een vak wat Antropologie van de Verbeelding heet. Hoe geniaal is die naam. Het gaat dus over kunst en obeservatie maar het is ook heel erg zelfreflexief. Ik moet bijvoorbeeld essays schrijven over wat kunst voor mij is. Of wat mijn mensbeeld is. Hallo he, daar noem je me wat.
Voor deze week moest ik nagaan wat mijn verzamelingen zijn. Zie hier het resultaat.
Verzamelingen.
Ik verzamel honderden dingen. Ik verzamel teringzooi in mijn huis, foute mannen, katers, hoge hakken. Boeken, oude kranten, lege flessen, fifties jurken. Vieze sokken, gedroogde bloemen, platen zonder platenspeler. Zijden corsages, Chanel lippenstiften, en tientallen baretten. Kapotte fietsen in de kelder. Mary J. Blige cd’s. Het houdt niet op. Maar waar begint de verzameling en eindigt het patroon?
Ik denk dat de verzameling ontstaat vanuit de behoefte deze compleet te maken. En God mag weten dat ik niet de behoefte voel om een complete verzameling vieze sokken in mijn bezit te krijgen.
Dus wat dan wel?
Ik ging graven in mijn geheugen naar vroegere verzamelingen, maar veel verder dan potloodpunten, vulpenvullingballetjes en gumsel kwam ik niet. Een telefoontje naar mijn moeder werkte niet bepaald verhelderend. Of juist wel. Ze kon zich geen verzamelwoede van mij bedenken behalve mijn gewoonte overal olijvenpitten achter te laten. Ook een soort verzameling, zou je kunnen zeggen. Dat en een stuk of vijf My Little Pony’s. Beetje magere score.
Een jaar of twee geleden had ik schoenen geantwoord. Ik moet meer dan honderd paar bezitten. Vraag me niet in welke staat of wat voor schoenen (hierbij telde ik ook mijn slippers mee) maar dat aantal ben ik inmiddels zeker weten ontstegen. Ik heb een tijdje tien van mijn mooiste paren op mijn vensterbank in de woonkamer gehad, maar toen bleek dat het zonlicht de kleur van suede vrij rap aantastte was ook dit verleden tijd. Bovendien is het een ietwat vreemd gezicht om altijd naar je eigen schoenen te kijken, zo naast de eettafel en de basilicumplant. Wat rest is een paar rolschaatsen, die zijn nog wel tof en die draag ik toch nooit.
Ik dwaal vreselijk af. Ik heb namelijk wel een verzameling. Etiquetteboeken. Begonnen op een koninginnedag, terwijl ik op zoek was naar oude jurken (mijn grote liefde), vond ik opeens een boek met de titel ‘Over Charme en Schoonheid’. Geschreven in de jaren veertig, schat ik, staan er allerhande tips in voor de jonge vrouw. Behalve dat mannen steevast worden aangehaald als ‘het stercke geslacht’ en dat er recepten instaan voor het maken van shampoo, staan er ook allemaal leefregels in. Dat je niet mag opscheppen over rijkdom, geen rode nagellak moet dragen en niet de ober mag aanspreken in het bijzijn van een man. Ik was zo verschrikkelijk gefascineerd door deze andere tijden dat ik nu bij elke antiquair even naar binnen loop met de vraag of hij nog wat voor me heeft. Inmiddels, anderhalf jaar later, heb ik een verzameling van ongeveer zeven boekjes, van de jaren 1910 tot 1990. Het is te gek om te lezen hoe mensen vroeger omgangsregels hadden die we nu totaal niet meer kennen, en ik vraag me dan ook telkens af hoe we over vijftig jaar over de tijd waarin we nu leven zullen denken.
Deze verzameling is natuurlijk hartstikke antropologisch. Een vriendin noemde me onlangs gekscherend ‘Norbert Elias’, een super inside joke voor antropologen en sociologen. Maar het is meer dan dat. Het geeft vorm aan mijn fascinatie voor oude kleding en films en muziek en boeken. Het is een ontsnapping naar een andere tijd.
Misschien verzamel ik wel gewoon herinneringen. Van wie dan ook.
Kutkankerteringkutkutkutkuthumeur
Mees
|
30 Oktober 2007 | 00:10:58
Ik ben in een kankerhumeur. Nee, in een kutkankerteringkutkutkutkuthumeur. Ik heb al dagen niet gedoucht of geslapen en ik ben nauwelijks mijn huis uitgegaan, en ik heb heb ook nog een soort kinkhoest. Althans zo voelt het. Oh ja, de deurwaarder eist 200 pleuro binnen een dag. Dat betekent dus eigenlijk dat ik tweehonderd keiharde euro's kwijt ben aan het fietsen zonder lampjes. Verder heb ik geen moer gedaan aan mijn essays en papers en presentaties en heb ik mijn docenten niet laten weten dat ik hun lessen heb gemist omdat ik tot weetikveelhoelaat in mijn nest lag te meuren.
Gelukkig is er ook een voordeel aan een kutkankerteringkutkutkutkuthumeur. Als ik in zo'n bui ben wordt mijn fantasie namelijk heel groot. In de afgelopen dagen ben ik in mijn hoofd al verhuisd naar Antwerpen, Sao Paolo, San Fransisco, New York, Rotterdam, Marseille, noem maar op. Elke keer was er een koffertje met mooie jurken wat meeging en iedereen hier kon de vinketering krijgen want ik lag aan een fonteinrand te lezen in de zon. Ik zou nooit meer de weblog updaten want ik ben dan te druk met leven in een whirlwind of gaiety en ik heb nooit meer een kater want ik drink alleen pure drankjes en als ik een kater heb maakt het niet uit want dan spring ik in de zee of eet ik pancakes met bacon of een croissant en dan is ie weg.
Ook een voordeel aan een kutkankerkuthumeur is het ontwikkelen van een gigantisch talent tot onophoudelijk kankeren (nee je meent het, zegt mijn lezer als hij of zij het reeds tot zo ver in deze post heeft geschopt). Vandaag was ik even langs op het Vice kantoor en daarna heb ik de hele weg naar huis met een collega over dat teringblad lopen kankeren. Dat teringblad is me overigens nog 1500 euro schuldig, dus zo kut is het ook weer niet.
Wat ik wil zeggen is, mocht je nog behoefte hebben aan iemand waarmee je iets wilt afzeiken, zoals je schoonmoeder of de nieuwe clip van Beyonce of die pukkel op je kin of de president van Amerika of die kutfiets met die kutketting, geef me een belletje. I'm your man.
De doos van Pandora
Mees
|
24 Oktober 2007 | 22:52:44
Er zijn een paar dingen die je me niet aan wilt doen. Mij uitgebreid over je droom vertellen bijvoorbeeld. Met zo'n verhaal dat het vet raar was want toen was je met je zus en toen werd ze groen met gele stippen en toen waren jullie op de Noordpool en toen was je zwanger en dan moet ik je vertellen wat het betekent zeker. Dág.
Maar wat ik dus ook echt niet kan hebben, is een open podium. Jezus. Ik was vergeten hoe erg het was, omdat ik deze dingen over het algemeen mijd als de Kalverstraat. Maar gister werd ik weer vol met mijn neus op de feiten gedrukt. Omdat twee vrienden bezig zijn met een cabaretact (ik heb het ook niet bedacht) en deze wilden uitproberen voor publiek, besloten ze zich in te schrijven voor de Open Bak in de Engelenbak. En aangezien ik niet de meest trouwe bezoeker ben van optredens van vrienden vond ik dat ik maar eens mijn gezicht moest laten zien. Op dit moment wist ik nog niet dat ik op het punt stond een langzame dood te gaan sterven. Dat je namelijk naar het gestuntel van je eigen kameraden gaat kijken maakt geen moer uit. Maar dat verandert als je daarvoor eerst ANDERHALF uur naar rotzooi moet kijken.
Het begon met de presentatrice. Nee, het begon met de liftmuziek-band. Achtereenvolgens moesten we hierna steeds respesctievelijk een kwartier kijken naar: een meisje achter de piano wat over dwarrelende herfstblaadjes zong, een dwerg die Jacques Brel nummers nadeed (die was nog wel aandoenlijk) en een video van een vrouw die een film had gemaakt van zichzelf terwijl ze Tai Chi deed in de zee (met citaten over het leven als voice-over). Ook kwam er een viertal vrouwen totaal ongrappige kleinkunst vertonen, alvorens de pauze begon. Voordat ik naar de bar kon rennen voor een welverdiende borrel of twintig, begon de band weer en werd ons trouwens ook nog verzocht om zelf allemaal een gedicht te schrijven. Eenmaal terug werden eerst nog eens al die gedichten voorgelezen, zong de presentatrice een liedje en toen kwam het. Een koor. Elfkoppig. Elf van de lelijkste mensen ooit. Of in ieder geval de ongemakkelijkste mensen ooit. Of de normaalste. Oke de stomste. Nou je snapt het wel. Toen we eindelijk bij mijn vrienden aan waren gekomen had ik geen gevoel meer in mijn gezicht (al mijn lachspieren waren bevroren) en wist ik niet of ik zelf dood wilde of dat mijn hele omgeving dood moest.
Zodra het afgelopen was renden Jonas en ik naar de Blincker om de hoek, maar ik hoorde iemand in de foyer nog zeggen: "Sjonge, het was eigenlijk allemaal wel even goed!" Dat is blijkbaar het niveau van onze landgenoten, mensen. Slappe cabaret en zielloze muziek. Jan Wolkers is nog niet eens een fucking wéék dood of ik word geconfronteerd met slappe troep. CDA cultuur. Vertrutting. Vrouwen in H&M jurkjes en mannen in t-shirts met ergens een verwijzing naar een onbestaand sportteam.
Als je mij nodig hebt, ik zit in Hotel American met een boek. Op zoek naar een greintje verfijnde cultuur.
The missing letter 'M'
Mees
|
17 Oktober 2007 | 00:39:45
Terwijl Eline schrijft over de melancholie die dit tot nog toe prachtige najaar met zich meebrengt (ik zei het toch, dat het een zinderende herfst ging worden?) schrijf ik maar nog eens over televisie. Ik ken geen verschil tussen high en low culture, zullen we maar zeggen. Bovendien heb ik van de grote sociologen geleerd dat die twee termen fluctueel zijn.
Ik heb de laatste tijd zo veel Law and Order gekeken, dat mijn hele leven wordt beinvloed door die fucking serie. Ik ken het Amerikaanse rechtssysteem beter dan het Nederlandse, ik droom over moordzaken en liefdesaffaires met Benjamin Bratt. Als er een plotwending plaatsvindt in mijn leven hoor ik in mijn hoofd het "DUN dun!" geluid en zie ik in mijn achterhoofd een zwart scherm met tijd en locatie.
Het is niet zo heel erg raar, dat ik zo veel kijk. De mogelijkheid is er namelijk volop. Law and Order is gemiddeld drie keer per dag op televisie op die verschillende zenders, de ene aflevering volgt de andere op zonder reclame en elke aflevering duurt een uur. Neem daarbij in acht dat ik weer een paper moet inleveren morgen. Dit betekent dat ik mezelf al drie dagen achtereen heb gedwongen niet de hort op te gaan en dus thuis zit. Tel uit je winst. Zelfs terwijl ik dit schirijf staat het in de achtergrond aan. Ik kijk niet eens meer echt, het sijpelt gewoon langzaam mijn onderbewustzijn in totdat ik geen vrienden meer ken behalve Munch, Fig, Benson, McCoy en Briscoe. Ook begin ik alle chronologische volgorde te verliezen aangezien de hoofdpersonages nog wel eens wisselen en de serie al ZEVENTIEN jaar bestaat en er ook nog eens drie verschillende versies zijn. Ik weet echt niet meer wie nou de advocaat is en wie de officier van justitie en wie de detective en wie, oh, wie neem ik in de maling. Ik weet het allemaal.
Om ook maar in de trend van geniale parodieen te blijven, de Amerikaanse Sesamstraat maakte een muppetversie van Law and Order 'Special Letters Unit', waar het hele team op zoek gaat naar de vermiste letter 'M'.
Een plotloos verhaal
Eline
|
15 Oktober 2007 | 22:53:31
Ik begon met lopen. Ik had wind mee. Ik probeerde een stevig tempo aan te houden, zodat ik niet in de verleiding zou komen om ergens naar binnen te gaan, een supermarkt bijvoorbeeld. Of een café. Ik bedacht me dat ik al in geen vijftien jaar in het Tropenmuseum was geweest. Ooit was ik er met mijn oma. Ik kan me van dat bezoek niet veel voor de geest halen, maar er waren opgezette negers. Of iets met de jungle. Zoiets. We waren er ook niet lang, want in tegenstelling tot nu deed ik toen geen moeite om het te verbergen als ik me verveelde.
Ik liep dus, met wind mee. Ik bedacht me dat het Alexanderplein in het Duits "Alexanderplatz" zou heten. Dat klonk al een stuk gewichtiger. Ik passeerde twee mensen, een stel van middelbare leeftijd. Ze hadden allebei zeiljacks aan, in dezelfde non-kleuren, en rode blosjes van de frisse lucht. Ik stelde me zo voor dat ze aan de ontbijttafel hadden gezeten, die ochtend. De man was de krant aan het lezen, en at ondertussen een beschuitje met honing. De vrouw zuchtte. Eén, twee keer.
"Wat is er?", vroeg de man toen, met volle mond. "We doen nooit meer iets leuks", zanikte de vrouw toen. "Dan gaan we toch een wandeling maken", zei de man daarop, en de vrouw sprong op van de ontbijttafel om de twee bijpassende zeiljacks van de kapstok te grissen.
Al lopend kom je een hoop tegen. Door de spijlen van Artis zag ik twee wollige beesten zitten, in elkaar gekropen, aan de waterkant. Wombats, wist ik, nog uit de tijd dat ik Ranger was bij het Wereld Natuur Fonds. Als je dat was kreeg je elke maand een tijdschrift toegestuurd over het behoud van de natuur. In het midden zaten dan posters van koalaberen, of otters. Maar ook wombats. Je kreeg een Ranger-paspoort, waarmee je dan zo nu en dan een gratis lolly kon ophalen bij de Jamin, in de vorm van een pandabeer. Steeds vaker begonnen de Ranger tijdschriften zich ongelezen op te stapelen bij ons in de huiskamer. Toen heeft mijn moeder het abonnement opgezegd.
Soms kan ik om dat soort dingen ineens heel erg treurig worden. Zoals de single van één of ander zoutloos hiphopnummer, op vinyl, die ik in de kast heb staan. Die moest ooit een glansrijke carrière als DJ voor me inluiden.
De zon brak door. Ik had mijn synthetische vest aan met herfsbladeren-print. Als ik er iets met korte mouwen onderaan heb, kriebelt dat ding als een malle. Anderzijds is het een heel fijn, warm vest, en bovendien erg toepasselijk in de herfst. Vroeger maakte ik weleens een herfstdoos. Ik ging dan het bos in om kastanjes, herstbladeren en paddestoelen te zoeken, waar ik dan vervolgens de binnenkant van een schoenendoos mee versierde. Dan ging ik voor de C1000 staan, en vroeg aan iedere voorbijganger een kwartje om in mijn herfstdoos te kijken.
Dit ging de goede kant op, ik was al flink ver en ik zou alleen maar nog verder komen, mits ik doorliep. Ik wist niet zo goed waarheen. Het maakte ook niet uit, vandaag. Voor deze ene keer maakte het niet uit waarheen.
Ik begon te wensen dat ik een heupflacon had met mjn naam erin gegraveerd, en erin een flinke bel whisky. Ooit had ik zo’n ding doelbewust op mijn verjaardags verlanglijstje gezet, maar in plaats daarvan kreeg ik een opblaasstoel, die misschien twee weken fier opgeblazen bleef alvorens toch nog in elkaar te zakken. Lek.
Ik moest vandaag maar eens niet drinken. Dat leek me voor iedereen het beste. Als ik nu eens op tijd naar bed ging vanavond, dan kon ik morgenochtend lekker vroeg op. Dingen doen, schoonmaken, de was, lekker tot mezelf komen. Heerlijk! Ik had er nu al zin in.
Absolutely Fabulous is natuurlijk de allergrappigste show ter wereld uit Engeland. Zodra ik 'Wheeels on fiiire' hoor krijg ik zin om te zwiepen met mijn armen en hairspray in mijn haar te doen. Toen ik een jaar of zeventien was (achttien, voor als mijn ouders dit lezen) eindigde ik een keer na een feestje met wat vrienden straalbezopen in een huis. Op dit late uur bleven we allemaal pitten, en op dat moment vond ik Patsy de allertofste vrouw ter wereld. Dus ik ging slapen met in mijn hand een aansteker en in de mond een sigaret, klaar voor de volgende dag. Net als zij altijd doet. Ik werd natuurlijk wakker in tabaksgruis en de aansteker was nergens te vinden.
In mijn verdere leven ben ik herhaaldelijk vergeleken met Edina (Eddie). Het zal wel komen door de interessante kledingkeus die ik er nog wel op na wil houden. Ik weet nooit helemaal of ik het als een compliment kan beschouwen. Hoewel, liever Eddie dan die dochter natuurlijk. Want mijn moeder is misschien ook een beetje gek, volgens mij heb ik dat gen gewoon rustig wél overgenomen.
Net heb ik de test gedaan op de site, welk personage ik zou zijn. En jawel:
"Fabulous! You are Edina.
You've been there, done that, and hosted the launch party for the
t-shirt. You live life large and in bold bright colours. The big
questions don't bother you - all you need from life is some designer
gear and slick interior design. But for all your vitality you are
overly dependent on friends for entertainment. God forbid that your
best mate should ever leave you..."
Ach, het is beter dan vergeleken worden met een van die frigide wijven van Sex & The City.
Daar zijn ze dan. Yeah!
De reden dat ik trouwens op het schrijven van deze post kwam, was deze super super super grappige filpjes van Jennifer Saunders en Dawn French, die weer terug op de BBC zijn. Ha ha! Kijk ze, ik zweer het je.